In veel landen zijn de rechten van burgers goed verankerd in de grondwet. Daar ging en gaat vaak de nodige strijd aan vooraf. Belangrijk werk, waar Hivos zich samen met haar partners al jaren voor inzet. Dat is echter maar één kant van het verhaal. Burgers kunnen nog zo veel rechten hebben, als die geen verbeteringen opleveren in hun dagelijks leven, zijn een betere grondwet en regelmatige verkiezingen voor hen eigenlijk bijzaak. Neem Oost-Afrika. Overheden in Kenia, Tanzania en Oeganda, vaak gesteund door aanzienlijke hulpbedragen vanuit de rijke landen, hebben zich verplicht hun burgers een minimale hoeveelheid diensten te leveren – gezondheidszorg, onderwijs of schoon drinkwater. In veel landen is dat echter niet vanzelfsprekend. Waterputten zijn defect, voor de klas staan onkundige leraren en in de ziekenhuizen is de zorg van bedenkelijke kwaliteit. Stemmen op een andere partij dan maar? Verkiezingen zijn vaak omstreden. Bovendien hebben veel landen een geschiedenis van dictators en autoritaire heersers. Van werkelijke vrijheid van meningsuiting is niet of nauwelijks sprake. Mensen hebben ook nooit geleerd het gezag te weerspreken en misstanden aan de kaak te stellen.
Het Twaweza-programma
Voor Rakesh Rajani, Tanzaniaan en al jarenlang betrokken bij Hivos, is dat de kern. Hij kwam tot een eigen, nieuwe aanpak: via informatie en inspiratie moet er een kritische massa vanuit de burgers opkomen. Vanaf het eerste uur ondersteunden Hivos en de Hewlett Foundation Rajani bij het ontwikkelen van het idee – het Twaweza-programma. Later sloten SNV en Zweedse en Britse ontwikkelingsdiensten zich aan. Twaweza,de naam zegt het al, in het Swahili: wij kunnen het voor elkaar krijgen! Twaweza heeft een duidelijke visie: werkelijke verandering komt niet van buitenstaanders. Als mensen toegang hebben tot betrouwbare en praktische informatie en concrete mogelijkheden zien om samen met anderen actie te ondernemen, dan zullen zij de overheid aan haar beloften houden. Twaweza pakt het groots aan – een tienjarig programma in drie landen dat via bestaande netwerken van media, vakbonden, religieuze organisaties en bedrijfsleven miljoenen Oost-Afrikanen bereikt.
Opkomst nieuwe media
Drijvende kracht achter veel Twaweza-initiatieven is de stormachtige opkomst van mobiele telefoons en nieuwe media. In Kenia motiveert en inspireert het multimediaproject ShujaazFM miljoenen jongeren om betrokken te raken bij lokale en nationale politieke kwesties, zoals vragen rondom werkloosheid en corruptie. ShujaazFM is een stripverhaal en een radioprogramma waar gebruikers zelf de onderwerpen en karakters kunnen beïnvloeden via sms.
Cash on delivery
Behalve voor innovatie, informatie en inspiratie staat Twaweza ook voor risico nemen en onconventionele methoden. In Oost-Afrika is basisonderwijs in principe gegarandeerd; overal staan scholen en er is leerplicht. Daarmee is vaak alles gezegd. Twaweza verzamelde op grote schaal informatie over de lees- en rekenvaardigheden van kinderen op de basisschool en bracht zo aan het licht dat de kwaliteit van het onderwijs in de laatste jaren schrikbarend is teruggelopen. Die boodschap drong door tot de centrale regering van Kenia en tot de internationale donoren, die alle beterschap beloofden. Voor Twaweza was dat niet voldoende. Scholen moeten het aantal leraren en de financiële ondersteuning krijgen die de staat hen heeft beloofd. In 2012 zal Twaweza gaan experimenteren met een nieuwe aanpak, de zogenoemde cash on delivery. Zo zal bij een groep scholen gezocht worden naar manieren om onderwijzers te betalen op basis van de kwaliteit van hun dienstverlening, in plaats van op basis van het aantal uren dat zij in dienst zijn (uren die niet altijd worden gemaakt, omdat de onderwijzers soms niet komen opdagen). In de komende jaren zal Hivos met Twaweza het experiment niet schuwen. Een rigoureuze evaluatie van de resultaten is een intrinsiek onderdeel van deze aanpak. Slechts dan kun je zien wat wel en wat niet werkt. En daarvan kun je weer leren.
Openheid van zaken
Toegang tot nieuwe media en mobiele telefonie zijn krachtige instrumenten om de mondigheid en inspraak van burgers te bevorderen. Zij vormen mede de voedingsbodem voor het nieuwe internationale denken op het vlak van goed bestuur en de relatie tussen overheid en burger, ook wel transparency & accountability genoemd. Kernbegrippen daarbij zijn openheid van zaken door machthebbers, beschikbaarheid van informatie (open data), betrokkenheid van burgers en gebruik van nieuwe technologie. Dit nieuwe denken kreeg een belangrijk impuls met de oprichting in 2011 van het Open Government Partnership, een wereldwijd initiatief van president Obama en zeven andere regeringsleiders, onder wie die van Brazilië, Zuid-Afrika en Indonesië. Twaweza-directeur Rakesh Rajani sprak daarbij als vertegenwoordiger van de civil society over het belang van openheid voor de inspraak van burgers. Een aantal internationale organisaties, waaronder Hivos, zal deze agenda vanuit de civil society uitdragen en bewaken.
Hivos is al enkele jaren actief op dit thema. Met een groep Amerikaanse en Engelse donoren, zoals Ford Foundation, Open Society Foundations, Omidyar Network, Hewlett Foundation en DFID, vormt Hivos het Transparency and Accountability Initiative (TAI). TAI zet zich bijvoorbeeld in voor meer openheid van overheden en bedrijven bij de exploitatie van grondstoffen en natuurlijke hulpbronnen. Samen met Omidyar Network heeft Hivos het African Transparency and Technology Initiative (ATTI) opgezet. In heel Afrika steunt ATTI interactieve platforms die burgers in staat stellen zich uit te spreken over de dienstverlening van de overheid ter plekke. Daarmee kunnen burgers rechtstreeks in contact treden met bestuurders, hun klachten en wensen kenbaar maken en zo invloed uitoefenen op het beleid. Samen met lokale partners werkt ATTI aan onderwerpen uiteenlopend van openheid in de mijnbouw in Ghana, het digitaal toegankelijk maken van wetgeving in Nigeria en het in kaart brengen (via digital mapping) van geweld tegen vrouwen in de Democratische Republiek Congo.
Het bevorderen van eerlijke verkiezingen is een belangrijk onderwerp waar Hivos al jaren aan werkt. Onder de noemer ICT Election Watch zijn in Oost- en Zuidelijk Afrika programma’s opgezet om burgers in staat te stellen op te treden als waarnemer bij verkiezingen. Partnerorganisaties Ushahidi en Sodnet in Oost-Afrika bedachten een methode om individuele boodschappen, per sms of via internet, snel te bundelen en te verspreiden, om daarmee onregelmatigheden in stembureaus aan het licht te brengen. Dat bleek in het verleden al een goed wapen tegen verkiezingsfraude in Zimbabwe, waarmee partner Kubatana zeer effectief was. Het afgelopen jaar is dit middel met succes ingezet in onder meer Zambia en Oeganda. Inmiddels zijn er ook lessen te trekken. Zo is het transparanter maken van het verkiezingsproces alleen niet voldoende om beter beleid af te dwingen. Daarvoor is vooral meer samenwerking nodig met andere partijen, zoals media, mensenrechtenorganisaties, verkiezingswaarnemers en waar mogelijk ook met de officiële kiescommissies.
Ook in Nederland neemt de interesse voor dit onderwerp toe. De rol van internet bij democratiseringsprocessen is niet meer weg te denken. Dat werd onder meer bevestigd op de conferentie Freedom Online die het ministerie van Buitenlandse Zaken eind 2011 organiseerde. De noodzaak om bloggers en online activisten te beschermen kwam met kracht aan de orde. Hivos, die als spreker was uitgenodigd, bracht haar samenwerking met Arabische bloggers onder de aandacht en pleitte voor een duidelijk beleid vanuit het ministerie van Buitenlandse Zaken.
In 2011 hebben we onze steun aan cultuurorganisaties en culturele producties in het Zuiden kunnen voortzetten. De relatie met Open Society Foundations, waarmee wij al enkele jaren samen optrekken in de sfeer van media en cultuur, onder meer in Centraal-Azië, verdient daarbij speciale vermelding. Wereldwijd is de ruimte voor vrije meningsuiting en culturele expressie – mede door de activiteiten van Hivos en haar partners – toegenomen. Door onze steun aan platforms en netwerken op het gebied van cultuur en media konden kunstenaars, journalisten en bloggers kritische geluiden laten horen, het maatschappelijk debat aanzwengelen en het functioneren van meer onafhankelijke media bevorderen.